Babydoll-schapen zijn een traditioneel ras (heritage breed) dat afstamt van het Olde English Babydoll Southdown-schaap – een van de oudste Engelse schapenrassen. Ze zijn klein, volgzaam, gemakkelijk in de omgang, ze zijn er gek op om gekriebeld te worden onder hun kin of op hun hoofd. Babydolls zijn efficiënte grazers en doen het goed op gras en hooi. Ook zijn ze gek op een extra lekkere muesli snack!
Het Babydoll-schaap ontstond eind 18e eeuw in de South Downs in Sussex, Engeland. Vroege fokkers ontwikkelden kleine, robuuste schapen die geschikt waren voor schrale heuvelhellingen. Het ras werd begin 19e eeuw naar de Verenigde Staten gebracht.
Halverwege de 20e eeuw overvleugelden grotere, commerciële Southdown-rassen het oorspronkelijke kleine type. Dankzij toegewijde inspanningen voor behoud aan het eind van de 20e eeuw werden de oorspronkelijke bloedlijnen herontdekt, gered van bijna-uitsterven en uiteindelijk geregistreerd onder de naam Olde English Babydoll Southdown Sheep.
Babydoll-schapen zijn geen 'miniatuur-nieuwigheidje' – het is een authentiek traditioneel ras, maar wel aanzienlijk kleiner dan veel standaard schapenrassen.
Schofthoogte: 18–24 inch (ongeveer kniehoogte bij een gemiddelde volwassene)
Gewicht volwassen dier: Gemiddeld tussen de 30 en 45 kilo
Kleuren: Wit/gebroken wit en zwart; soms met vlekken (wat bij keuringen als een schoonheidsfoutje wordt gezien)
Hun gezicht wordt vaak omschreven als 'glimlachend' of 'teddybeerachtig', met heldere, vriendelijke ogen en een dichte vacht die het grootste deel van hun lichaam bedekt.
Babydolls worden ieder jaar in het voorjaar geschoren, ze hebben een kleine vacht door hun formaat, en daarmee niet heel veel wol opbrengst. Wel is de wol van Babydolls is veerkrachtig en zacht, doorgaans met een fijnheid van 19–30 micron; dit maakt het geschikt om te spinnen en te gebruiken in brei en haak projecten!
